Samenwerking tussen verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen, gynaecologen, kraamverzorgenden en kinderartsen verbetert de kwaliteit van de verloskundige zorg in Nederland. Eén van de manieren om deze samenwerking vorm te geven is het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV). Dit zijn plaatselijke samenwerkingsverbanden van verloskundigen, gynaecologen en eventueel verloskundig actieve huisartsen. Soms nemen ook kinderartsen en kraamzorgaanbieders deel aan het overleg. Doel van de samenwerking is om afspraken te maken over bijvoorbeeld verwijzen en terugverwijzen van cliënten, het vertalen van landelijke richtlijnen naar de lokale situatie en afspraken te maken over verantwoordelijkheden.

Taken VSV

Taken van een VSV zijn:

  • Afspraken maken over de kwaliteit van de zorg aan zwangeren, pasgeborenen en pas bevallen vrouwen
  • Afspraken maken over de organisatie van de plaatselijke zorgketen, met duidelijke regels over wie wanneer verantwoordelijk is voor de zorg
  • Casuïstiekbespreking

Toetsingskader voor VSV’s

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft het definitieve toetsingskader voor de Verloskundig Samenwerkingsverband-regio’s (VSV) vastgesteld. Het toetsingskader geeft de normen aan waar de inspectie VSV’s aan toetst. Deze normen zijn afkomstig uit wetten, richtlijnen en het advies ‘Een goed begin’ van de Stuurgroep Zwangerschap en geboorte uit 2009.

Opzetten Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV)

De KNOV-handleiding ‘Opzetten van een Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV)’ geeft belangrijke informatie over:

  • Stappen voor de realisatie van een VSV
  • Succes- en faalfactoren
  • Kostenraming
  • Vastlegging van het VSV in een overeenkomst (inclusief voorbeeldovereenkomst)
  • Eerste VSV-bijeenkomst

Voor leden is er de KNOV-handleiding ‘Opzetten van een Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV)‘, een uitgebreider voorbeeld van een VSV-overeenkomst. Zie hiervoor de site van KNOV.