In één jaar tijd steeg het aandeel huisartsen en ziekenhuisartsen dat videoconsulten gebruikt van ongeveer 60 naar ongeveer 80 procent.

Dat staat in de Monitor Digitale Zorg 2025 van het RIVM en Nivel. Een stijging van twintig procent in één jaar is aanzienlijk voor een sector waarin veranderingen vaak geleidelijk verlopen. Wie in de zorg werkt, merkt dat niet als een beleidscijfer, maar als een verandering in wat er op een dag van je wordt gevraagd.
Het werk verschuift, het verdwijnt niet
Er wordt vaak gezegd dat digitalisering werk uit handen neemt. In de praktijk verplaatst het zich meestal.
Een e-consult vervangt bijvoorbeeld een spreekuurafspraak van tien minuten, maar levert een bericht op dat gelezen, beoordeeld en beantwoord moet worden, meestal buiten het spreekuur om. Een patiënt die zelf zijn bloeddruk thuis meet, stuurt gegevens die iemand moet bekijken. Een portaal waarin uitslagen automatisch zichtbaar worden, zorgt voor vragen die vroeger misschien pas tijdens het volgende consult kwamen.
De monitor laat zien dat zorgverleners overwegend positief zijn over digitale zorg, vooral omdat patiënten meer zelf kunnen regelen. Over de invloed op de zorgkosten zijn zowel zorgverleners als zorggebruikers neutraal tot gematigd positief. Digitale zorg neemt dus niet automatisch werk of kosten weg: het verandert vooral de manier waarop het werk wordt georganiseerd.
De groep die achterblijft
Het cijfer dat het minst wordt geciteerd, is misschien wel een van de belangrijkste. Ouderen en mensen met een lagere opleiding maken 20 tot 45 procent minder gebruik van digitale zorg dan mensen met een hbo- of wo-opleiding. Dat verschil is in de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven.
Dat betekent dat digitale zorg niet vanzelf voor iedereen even toegankelijk wordt. Een deel van de patiënten regelt herhaalrecepten, afspraken en vragen zelfstandig via een app. Een andere groep belt, komt langs of maakt minder gebruik van digitale mogelijkheden.
Juist bij mensen die vaker meerdere aandoeningen hebben of verschillende medicijnen gebruiken, blijft persoonlijke ondersteuning daarom belangrijk. Digitale zorg kan de toegankelijkheid vergroten, maar sluit niet voor iedereen op dezelfde manier aan.
Waar de patiënt intussen naartoe gaat
Er is een gevolg waar in beleidsstukken minder aandacht voor is. Als reguliere zorg digitaal drempels opwerpt of als mensen snel een oplossing zoeken, gaan patiënten soms zelf op internet op zoek naar informatie, advies of medicijnen.
Een deel komt terecht bij legale online aanbieders die met een medische vragenlijst en beoordeling door een arts werken, zoals apo365. Een ander deel komt terecht bij aanbieders zonder de vereiste controles. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) waarschuwden in 2025 voor het illegale online aanbod van medicijnen. In 2024 ontving de IGJ ongeveer 200 meldingen hierover, ongeveer twee keer zoveel als in 2023. Het ging daarbij vooral om afslank- en diabetesmedicatie.
Voor zorgprofessionals is dat relevante informatie, ook als je het zelf niet voorschrijft. Als een patiënt op eigen initiatief een GLP-1-middel gebruikt en dat niet meldt, kan het medicatieoverzicht onvolledig zijn. Zo'n middel kan bovendien wisselwerkingen hebben met andere medicijnen. De vraag "gebruikt u nog iets wat niet in dit overzicht staat?" is daardoor steeds relevanter geworden.
Wat dit betekent als je een nieuwe baan zoekt
Digitale volwassenheid verschilt enorm per werkgever. Het is daarom een van de onderwerpen die je tijdens een sollicitatiegesprek concreet kunt navragen.
Een paar vragen die veel kunnen opleveren:
Hoeveel tijd is er per dag ingeroosterd voor het beantwoorden van e-consults, en staat dat daadwerkelijk in het rooster? Wie beoordeelt binnenkomende thuismetingen, en gebeurt dat op vaste momenten? Hoe wordt omgegaan met patiënten die niet digitaal meekomen? Is daar beleid voor of vangt het team dit per geval op?
Het antwoord op die laatste vraag zegt soms meer over de dagelijkse praktijk en werkdruk dan het antwoord op de vraag naar de formatie.
Tot slot
Digitale zorg is geen tijdelijke fase meer. Ongeveer tachtig procent van de artsen gebruikt inmiddels videoconsulten en de mogelijkheden blijven zich ontwikkelen.
Wat nog volop in ontwikkeling is, is de organisatie eromheen: wie doet het werk dat erbij komt en hoe zorg je ervoor dat ook mensen die minder digitaal vaardig zijn toegang houden tot passende zorg?
Dat zijn geen technische vragen. Ze worden uiteindelijk opgelost op de werkvloer, door de mensen die er staan.
Bronnen: RIVM en Nivel, Monitor Digitale Zorg 2025; CBG en IGJ, waarschuwing over illegaal online aanbod van medicijnen, september 2025.
Geselecteerde vacatures
Als interventiemedewerker cardiologie assisteer je de cardioloog bij zowel diagnostische als behandelingsinterventies, zoals het uitvoeren van hartkatheterisaties, dotterbehandelingen en pacemakerimplantaties. Je werkt samen in een multidisciplinair team van interventie medewerkers,
Wil jij als stomaverpleegkundige patiënten persoonlijk begeleiden vóór en na een stoma-operatie? Bij SJG Weert krijg je de ruimte om zelfstandig te werken, een eigen spreekuur te voeren en patiënten
Wil jij als verpleegkundige patiënten begeleiden rondom een endoscopisch onderzoek en bijdragen aan een veilige en prettige zorgervaring? In het Endoscopiecentrum van het Radboudumc richt je je op de voor-